a) Als ik een foto maak van het Belfort, kan ik deze foto in mijn cursus van NT2 opnemen?
Wat met een foto van
b) - een koe?
c) - een persoon op straat?
d) - een schilderij van Wim Delvoye dat op een openbare plaats hangt?
2. Antwoord
Om antwoorden te formuleren op deze vragen, verwijzen we eerst naar de Europese richtlijnen en de Belgische wetgeving inzake auteursrechten, o.a. de auteurswet van 30 juni 1994 (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf). De wet op de auteursrechten is van toepassing op werken die aan twee vereisten voldoen. Het werk moet origineel zijn en uitgedrukt zijn in een concrete vorm. Een werk dat hieraan voldoet is automatisch auteursrechtelijk beschermd tot 70 jaar na het overlijden van de auteur. Dit betekent dat de bescherming niet afhankelijk is van formaliteiten en dat je dus geen specifieke stappen moet ondernemen om het te laten beschermen.
Voor foto's is het belangrijk om te weten dat deze uit twee dimensies bestaan: de foto zelf en de inhoud of het gefotografeerde voorwerp. Niet alleen de foto kan auteursrechtelijk beschermd zijn, ook de inhoud kan dat zijn. Voor deelvragen b, c en d gaan we ervan uit dat het ook hier gaat om foto's die u, Sabine Melckebeke, zelf maakt. In een dergelijk geval van zelfgemaakte foto's, moeten we kijken naar de tweede dimensie: rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp? (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf)
a) Bij een weergave van een gebouw moet je nagaan of het gebouw auteursrechtelijk beschermd is. Het auteursrecht is beperkt in tijd en geldt tot 70 jaar na het overlijden van de ontwerper van het gebouw. Normaal gezien moet je toestemming vragen aan de ontwerper van het gebouw, maar aangezien deze al meer dan 70 jaar overleden is, behoort het tot het "openbaar domein" en mag je zonder probleem een zelfgemaakte foto van dat werk publiceren. Bovendien is het ook niet meer nodig om de naam van de auteur te vermelden. Een zelfgemaakte foto van het Belfort mag je dus opnemen in een cursus NT2.
b) Een zelfgemaakte foto van een koe mag je gebruiken in een cursus omdat het gaat om een natuurlandschappelijk element. Bij een element in de natuur, waar geen creatieve ingreep van de mens aan te pas gekomen is, is er geen sprake van auteursrecht.
c) Bij een zelfgenomen foto van een persoon op straat is het van belang of de persoon al dan niet herkenbaar op de foto staat. De gelaatstrekken van een persoon zijn immers niet auteursrechtelijk beschermd, maar elke persoon beschikt wel over een "recht op afbeelding". Dit betekent dat een persoon het recht heeft zich ertegen te verzetten dat zijn gelaatstrekken zonder zijn toestemming worden afgebeeld. De geportretteerde persoon kan beroep doen op dit recht als de foto voldoet aan twee voorwaarden: de persoon moet herkenbaar zijn en de afbeelding moet door anderen kunnen waargenomen worden. Concreet betekent dit dus dat je een foto van een persoon die niet herkenbaar op een foto staat (bijvoorbeeld als de persoon ruggelings op de foto staat), zonder problemen kan opnemen in de cursus. Als de persoon er wel herkenbaar op staat, moet je eerst toestemming vragen aan de geportretteerde persoon.
d) Wil je een foto van een schilderij van Wim Delvoye dat op een openbare plaats hangt opnemen in een cursus, dan moet je rekening houden met meerdere aspecten. Het gaat om een reproductie "te goeder trouw" als illustratie voor didactische doeleinden die geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk. Er gelden wel auteursrechten op de inhoud van de foto aangezien de schilder een hedendaags Vlaams kunstenaar is, en dus is de vermelding van zijn naam noodzakelijk. Bovendien betaalt de school hiervoor een vergoeding aan REPROBEL. Opmerking: Wanneer het werk zich bevindt in een voor het publiek toegankelijke ruimte, zoals hier het geval is, is de kwestie wel omstreden. De meerderheid lijkt van mening te zijn dat het recht op eigendom op zich niet voldoende is om zich te kunnen verzetten tegen reproductie van een afbeelding van de zaak die zonder toestemming van de eigenaar toegankelijk is: om zich tegen reproductie van een afbeelding van zijn goed te kunnen verzetten, moet de eigenaar bovendien kunnen aantonen dat er afbreuk wordt gedaan aan zijn recht op privacy. (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf)
3. Gebruikte informatie (internet)
3.1 Informatie over auteursrechten http://www.klascement.net/bis/auteursrechten/ De wet op de auteursrechten Elk werk geniet auteursrechtelijke bescherming. Twee essentiële vereisten:
Het werk moet uitgedrukt zijn in een concrete vorm. Dus geen ideeën, principes, methodes, theorieën;
Het werk moet origineel zijn. Maar niet noodzakelijk artistiek, omvangrijk, nieuw.
Auteursrechtelijke bescherming ontstaat automatisch, copyrightvermelding is dus overbodig. Deze bescherming berust in eerste instantie uitsluitend bij de auteur. Ze eindigt 70 jaar na het overlijden van de auteur. Uitzonderingen voor het onderwijs Wat mag:
Een gehele of gedeeltelijke kopie naar een andere drager dan papier of een soortgelijke drager mag bv. scan, digitale kopie, download.
Een “kort fragment” van boeken ( geen hoofdstuk, max. 5 pagina’s ), partituren en andere werken.
Volledig tijdschriftartikel of werk van beeldende kunst (foto, ets …) opnemen in cursus.
De scholen betalen hier een vergoeding voor aan REPROBEL. Als een kopij van een leermiddel als gevolg heeft dat er geen leermiddelen worden aangekocht dan is dit in strijd met het auteursrecht. Belangrijk: een kopie van papier naar een digitale drager mag, een kopie van een digitale drager naar papier mag niet. Dus je mag bv. een tekst of een foto van Internet niet afdrukken. Dit mag enkel onder volgende voorwaarden:
Het wordt gebruikt ter illustratie bij onderwijs.
Er is geen winstoogmerk en de kopie is verantwoord in het licht daarvan.
Het gebruik doet geen afbreuk aan de normale exploitatie van het werk.
Er moet een bronvermelding zijn, tenzij dit onmogelijk is.
Afbeeldingen of foto’s Als je een bestaande afbeelding/foto wilt gebruiken (kopie, gedownload, ingescand …): Vraag toestemming aan de uitgeverij/fotograaf/ontwerper van deze afbeelding/foto.
Voor bestaande afbeeldingen/foto’s of zelf gemaakte foto’s: Onderwerp = persoon (personen), vraag toestemming aan deze personen. Onderwerp = gebouw, schilderij … Vraag toestemming aan de ontwerper. Ga na of het gebouw niet beschermd is. Is de ontwerper al meer dan 70 jaar overleden dan mag je een zelfgemaakte foto zonder probleem publiceren.
Enkele voorbeelden: Je mag geen eigen gemaakte foto van het Atomium publiceren. De ontwerper is nog geen 70 jaar gestorven. Je mag geen eigen gemaakte foto van een schilderij van Ensor, Margritte, Delvaux … publiceren. Deze schilders zijn nog geen 70 jaar geleden gestorven. Je mag wel een eigen gemaakte foto van een schilderij van Rubens, Rembrandt, Van Gogh publiceren. Deze schilders zijn al meer dan 70 jaar gestorven. Vermeld steeds de bron waar je de afbeelding/foto gehaald hebt.
http://www.polfed-fedpol.be/crim/crim_fccu_auteur_nl.php : Tekeningen, foto's, muziek, film, enz. De auteursrechten voor muziek, films, foto's, tekeningen, boeken .....worden in België geregeld door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Elk werk dat oorspronkelijk is en in een bepaalde vorm is gegoten, is beschermd door het auteursrecht. Wat betekenen die begrippen : werk, oorspronkelijkheid en vorm? Het begrip werk wordt heel ruim opgevat en behelst onder meer :
Teksten van elke aard (romans, novellen, gedichten, wetenschappelijke of technische teksten, enz.), ongeacht de inhoud, lengte, bestemming (ontspanning, opvoeding, informatie, reclame, propaganda, enz.), vorm (met de hand geschreven, getypt, gedrukt of in elektronische versie).
Foto’s ongeacht de informatiedrager (papier of digitaal) en het onderwerp (persoon, landschap, actualiteit, enz.).
Beelden, al dan niet virtueel en van welke aard ook (tekeningen, letterwoorden, iconen, logo's, landkaarten, enz.).
Muziek, videofilms of audiovisuele werken in het algemeen, ongeacht het formaat of de informatiedrager.
Computerprogramma's (softwarespelletjes).
Om beschermd te zijn, moet een werk:
Oorspronkelijk zijn. Het betekent dat het werk de stempel moet dragen van de persoonlijkheid van de auteur.
Ook gestalte hebben gekregen in een bijzondere vorm die door de zintuigen kan worden waargenomen. Die voorwaarde vormt geen probleem voor werken die online beschikbaar zijn, aangezien ze noodzakelijkerwijze vooraf in een vorm gegoten moeten zijn en als dusdanig zichtbaar moeten zijn. Deze voorwaarde houdt a contrario in dat het auteursrecht geen bescherming biedt, noch aan ideeën (ook al zijn die geniaal of oorspronkelijk), noch aan methodes of stijlen, ook al zijn die oorspronkelijk (bij het creëren van een website kun je je dus laten inspireren door stijlen die door anderen worden gebruikt op voorwaarde dat je geen enkel oorspronkelijk formeel element kopieert).
In de wet op de auteursrechten zijn zowel strafbepalingen als burgerrechtelijke sancties voorzien. Dit wil zeggen dat inbreuken op die wet aanleiding kunnen geven tot een strafrechtelijke en/of een burgerlijke procedure. Meer weten? Zie Auteurswet van 30 juni 1994 .
Wel beschermbaar zijn: foto's, architectuur en beeldhouwwerken Beschermingsduur auteursrecht: Wanneer een werk origineel, en dus beschermbaar, is dan moet er nagegaan worden of er nog steeds auteursrecht op rust. Algemene regel: Een werk blijft beschermd tot 70 jaar na de dood van de auteur. De termijnen van bescherming moeten berekend worden vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dit van het overlijden van de auteur. Opmerking: Men moet er op letten dat men het juiste werk als referentiepunt neemt voor de beoordeling van de beschermingsduur. Zo is het bv. mogelijk dat bij het gebruik van een afbeelding van een schilderij, het auteursrecht op het schilderij vervallen is, maar de foto wel nog beschermd is. Hetzelfde kan gezegd worden een muziekstuk: het stuk op zich is misschien heel oud maar de concrete uitvoering door een ensemble kan nog voor bescherming in aanmerking komen. Dus de foto's kunnen zowiezo wel beschermd worden; rest de vraag of ze dat ook werkelijk zijn als je ze zelf neemt, door de verschillende objecten waarvan hier sprake.
Het auteursrecht beschermt elk werk dat oorspronkelijk en in een bepaalde vorm is gegoten. In de rechtsleer en de rechtspraak wordt echter over het algemeen erkend dat een werk oorspronkelijk is indien de auteur er zodanig zijn persoonlijkheid in heeft gelegd dat het werk onmiskenbaar de vrucht lijkt te zijn van zijn intellectuele inspanning.
Wil een werk beschermd zijn, dan moet het bovendien in een bepaalde vorm zijn gegoten dat door de zintuigen kan worden gevat (zelfs indien die waarneming het gebruik van een toestel impliceert, zoals het geval is bij een werk dat online toegankelijk is en dus alleen door iemand met een computer en toegang tot het Internet kan worden waargenomen).
Daaruit vloeit voort dat het auteursrecht geen bescherming biedt aan: • louter ideeën: een idee, hoe “geniaal” of “origineel” ook, kan nooit door het auteursrecht of een ander middel worden toegeëigend; • methodes of stijlen, zelfs niet indien ze oorspronkelijk zijn: bij het maken van een weblocatie kan men zich dus laten inspireren door de stijl die anderen hebben gebruikt, voorzover er tenminste geen oorspronkelijke vormelementen worden gekopieerd.
Reproductie ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek (artikel 22, § 1, 4bis en 4ter, zoals ingevoerd bij de wet van 31 augustus 1998)
In de wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken is artikel 22, § 1, gewijzigd en wordt, in plaats van de uitzondering van reproductie “voor didactisch gebruik”, een uitzondering van reproductie ingevoerd die impliceert dat de volgende voorwaarden tezamen vervuld moeten zijn:
• Bij reproductie van een artikel of een werk van beeldende kunst moet het gaan om een fragment of het geheel en bij reproductie van een ander werk dat is vastgelegd op een grafische of soortgelijke drager (voorbeeld: een deel van een boek op een papieren drager), of op een andere drager (voorbeeld: een foto op een digitale drager) moet het gaan om een kort fragment. Hiermee worden dus werken bedoeld die aanvankelijk op een elektronische of niet-elektronische drager zijn vastgelegd. Het toepassingsgebied van deze uitzondering is minder beperkt dan dat van de uitzondering van reproductie voor privégebruik.
• De reproductie moet zijn uitgevoerd ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek.
• Er mag worden gereproduceerd voorzover de nagestreefde doelstelling dat ingeeft en geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk.
Het recht op aanhalingen (artikel 21 AW) Het recht op aanhalingen laat onder bepaalde voorwaarden toe zonder toestemming van de auteur een uittreksel uit zijn werk te reproduceren. Deze reproductie kan natuurlijk in een op papier uitgegeven werk staan, maar ook op elke andere drager (bij voorbeeld in een werk op een digitale drager). Men mag een tekst dus citeren. Maar: is dat recht op aanhalingen eveneens van toepassing op een werk van beeldende kunst (een schilderij, een foto, een tekening, de gevel van een gebouw, enz.)? De AW biedt geen antwoord op deze vraag, maar het wordt algemeen erkend dat de Belgische rechtsleer deze vraag positief beantwoordt.
Er dient echter wel aan verschillende voorwaarden tegelijk te zijn voldaan: • De aanhaling moet afkomstig zijn uit een werk dat “op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt”, dat wil zeggen een werk waarvoor de auteur zijn recht op bekendmaking heeft uitgeoefend. Men mag dus in principe geen uittreksels reproduceren uit een manuscript of een schilderij dat zich nog onvoltooid in de werkruimte van de auteur bevindt. Hoewel een onvoltooid werk auteursrechtelijk beschermd kan zijn indien het oorspronkelijk is, geldt inderdaad ook dat zolang de auteur zijn recht op bekendmaking niet heeft uitgeoefend, zulks inhoudt dat hij van mening is dat zijn werk nog niet voltooid is en het dus nog niet waard is aan het publiek te worden voorgesteld. Daar het werk niet op geoorloofde wijze bij het publiek bekend is, mag het dientengevolge niet worden “aangehaald”. Na het overlijden van de auteur mag het recht op bekendmaking door zijn erfgenamen worden uitgeoefend. • De aanhaling moet “kort” zijn. In de wet wordt natuurlijk niet gedefinieerd wat onder “kort” verstaan moet worden: het gaat hier om een feitenkwestie die in voorkomend geval door de rechter beoordeeld dient te worden. Voor een tekst staat men over het algemeen toe dat er een vijftiental regels kunnen worden aangehaald (voor een werk van beeldende kunst lijkt het daarentegen moeilijk om te eisen dat er slechts een stuk van wordt gereproduceerd, zodat het dus in principe in zijn geheel kan worden “aangehaald”). • De aanhaling moet gebeuren “ten behoeve van kritiek, polemiek of onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden”. Dat houdt dus in dat werken mogen worden aangehaald in een uitgave met “wetenschappelijke” of “pedagogische” doeleinden in de ruime zin (waarmee “aanhalingen” van werken van beeldende kunst in het kader van een weblocatie die alleen amusementswaarde heeft of louter commercieel is, zijn uitgesloten). • Aanhalingen zijn toegestaan “voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt”. De aanhaling moet met andere woorden “te goeder trouw” worden gebezigd. • Bij de aanhaling moet de bron en de naam van de auteur worden vermeld. Voorbeelden van werken die door het auteursrecht beschermd kunnen zijn : iedereen weet dat schilderijen, beeldhouwwerken, romans enz. door het auteursrecht beschermd kunnen zijn. Het is nochtans goed om in het achterhoofd te houden dat elke willekeurige (niet louter technische) creatie ook beschermd kan zijn.
De volgende voorbeelden geven een idee daarvan vanuit de invalshoek van wat er op een aan het algemeen erfgoed gewijde internetlocatie kan staan: Foto’s: elke foto kan, ongeacht de drager (digitaal of film) en ongeacht het gefotografeerde voorwerp (een schilderij dat deel uitmaakt van het openbaar domein, een beeldhouwwerk in een park, een brug, een persoon enz.) door het auteursrecht beschermd zijn. De enige voorwaarde is dat de foto oorspronkelijk moet zijn, wat in de Belgische rechtspraak gemakkelijk wordt erkend. Die oorspronkelijkheid kan voortkomen uit keuzes omtrent de invalshoek van waaruit de foto is genomen, de verlichting, de technische parameters (papier, kleuren enz.) en het beeldvak ervan. Wanneer behoort een werk tot het “openbaar domein”? In principe behoort een prestatie (afbeelding, foto, tekst enz.) in de volgende twee gevallen tot het openbaar domein: • ofwel omdat de prestatie niet is beschermd door het auteursrecht: dat is het geval bij afbeeldingen, foto’s, teksten enz. die niet oorspronkelijk zijn, dat wil zeggen dat ze niet het persoonlijk stempel van de auteur dragen; • ofwel omdat de auteursrechtelijke beschermingstermijn is verstreken.
Duur van de auteursrechten: de auteursrechtelijke bescherming is inderdaad beperkt in de tijd; de algemene regel is dat de auteursrechten blijven bestaan gedurende het hele leven van de auteur en zeventig jaar na zijn overlijden (of na overlijden van de langstlevende auteur in het geval van een in samenwerking tot stand gekomen werk).
De foto’s Wanneer men een foto wil reproduceren, dient men zich te realiseren dat elke foto uit twee dimensies kan bestaan: enerzijds de foto zelf (die als werk op zich auteursrechtelijk beschermd kan zijn) en anderzijds het gefotografeerde onderwerp/voorwerp (een voorwerp, een persoon, een landschap), waarop eveneens een recht kan rusten waarvoor in voorkomend geval dus toestemming moet worden verkregen van de rechthebbende in kwestie.
Wanneer men een foto wenst te reproduceren, moet men zich dus twee dingen afvragen: Rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp (of onderwerp)? Rusten er rechten op de foto zelf?
Rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp (of onderwerp)?
A. Eerste mogelijkheid: het gefotografeerde voorwerp is een menselijke schepping
Het kan zijn dat de foto een weergave is van een voorwerp: een schilderij, een beeldhouwwerk, een gebouw, een brug, een brief, een fiets enz. Dan dient de vraag te worden gesteld of het voorwerp in kwestie auteursrechtelijk beschermd is, daar het auteursrecht een recht op mededeling aan het publiek en een recht op reproductie met zich meebrengt, wat inhoudt dat het beschermde werk niet zonder instemming van de auteur mag worden gereproduceerd. Is het gefotografeerde voorwerp auteursrechtelijk beschermd?
Om te weten te komen of het voorwerp in kwestie auteursrechtelijk beschermd is (en dus een “werk van beeldende kunst” is), moet worden nagegaan of aan alle voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming is voldaan: aangezien de voorwaarde dat het werk moet zijn vormgegeven per definitie is vervuld (daar het om een fysiek voorwerp gaat), moet worden nagegaan of het een oorspronkelijk werk betreft. In dat opzicht dient men in het achterhoofd te houden dat de Belgische rechtspraak zeer “laks” is op dat punt en dat een zeer groot aantal menselijke producties dus als “oorspronkelijk” wordt beschouwd en derhalve auteursrechtelijk beschermd zijn. Dat zal het geval zijn bij “kunst”-werken in traditionele zin die door de mens zijn vervaardigd (schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken enz.).
Belangrijke opmerking: Het feit dat werken van beeldende kunst in een openbare ruimte staan, zoals een trein- of een metrostation, een park of iets dergelijks, betekent nog niet dat zij daarmee hun hoedanigheid van voorwerp dat auteursrechtelijk beschermd kan zijn, verloren hebben. Er moet derhalve altijd voor worden gezorgd dat voor elk willekeurig gebruik voorafgaandelijk toestemming van de rechthebbende wordt verkregen.
Behoort het gefotografeerde voorwerp tot het openbaar domein?
We hebben reeds gezien dat het auteursrecht inderdaad beperkt is in de tijd, daar het gedurende het hele leven van de auteur en tot zeventig jaar na zijn dood geldig blijft. Werken die meer dan zeventig jaar vóór het overlijden van de auteur (of de langstlevende co-auteur) zijn gecreëerd, behoren dus tot het openbaar domein en kunnen vrijelijk gereproduceerd worden.
B. Tweede mogelijkheid: het gefotografeerde voorwerp is een natuurlijke schepping
Op bepaalde foto’s zijn natuurlijke elementen gereproduceerd: natuurlandschappen, tuinen, parken, bomen, bloemen, rotsen enz. Nogmaals: er moet worden nagegaan of het aldus gefotografeerde onderwerp auteursrechtelijk beschermd is en in dat opzicht moet dus een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende mogelijkheden:
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap of een landschappelijk element (een bloem, een boom, rotsen enz.)
Op grond van de algemene beginselen moet het auteursrechtelijk te beschermen voorwerp een oorspronkelijke en creatieve prestatie van een auteur zijn. Welnu, indien het gaat om een natuurlandschap, is er per definitie geen sprake van een creatieve ingreep van de mens en dus ook niet van auteursrecht. Landschappen of elementen uit natuurlandschappen kunnen derhalve vrijelijk gereproduceerd worden.
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap waarvan de vorm door de mens is gewijzigd (een tuin, een park, een bloemperk enz.)
In dat geval kan dat park, die tuin enz. auteursrechtelijk beschermd zijn zolang het om oorspronkelijke creaties gaat. De rechthebbende zal dan in principe de tuinarchitect zijn, maar bij voorbeeld niet de tuinier die zich beperkt tot de “technische” uitvoering van de plannen van de architect.
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap waarin een menselijke productie staat (een landschap met een gebouw, een beeld, een brug enz.)
In dat geval moeten twee mogelijkheden van elkaar onderscheiden worden:
• ofwel is de foto gemaakt met de bedoeling het landschap te reproduceren omdat het werk in kwestie zich daarin bevindt en dat staat gelijk aan de mogelijkheid waarin werken in een openbare (toegankelijke) ruimte staan; zoals we reeds hebben gezien, moet in dat geval toestemming worden verkregen van de auteursrechthebbende;
• ofwel is de foto niet gemaakt met de bedoeling het werk te fotograferen, maar is het werk dat zich in het gefotografeerde landschap bevindt toevallig op de foto terechtgekomen.
In dat geval bepaalt de AW in artikel 22, § 1, 2°, dat een kunstenaar de reproductie van zijn werk in een voor het publiek toegankelijke plaats niet kan verbieden wanneer het doel van de reproductie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is.
Indien het gefotografeerde voorwerp auteursrechtelijk beschermd is of een element bevat dat door het auteursrecht is beschermd (maar dat niet onder de uitzondering van een “toevallige reproductie” valt), behoren die elementen dan tot het openbaar domein? Voor dit punt verwijzen we naar wat hierboven is gesteld (punt 1.1.3).
C. Het gefotografeerde onderwerp is een persoon
Op de foto die op Internet gereproduceerd zal worden, kunnen eveneens de gelaatstrekken van een nog levende of al overleden persoon (of verschillende personen) zijn vastgelegd. Dan moet men te weten komen of het noodzakelijk is toestemming te vragen van de afgebeelde persoon of zijn rechthebbenden.
Bestaan van het “recht op afbeelding”
Het is duidelijk dat, rekening houdend met de definitie van het auteursrechtelijk beschermde voorwerp, de gelaatstrekken van een persoon niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Door de rechtsleer en de rechtspraak in België wordt daarentegen wel algemeen erkend dat elke persoon beschikt over een “recht op afbeelding”, dat hem het recht verleent zich ertegen te verzetten dat zijn gelaatstrekken zonder zijn toestemming worden afgebeeld.
Voorwaarden om zich op het “recht op afbeelding” te beroepen Er wordt algemeen erkend dat het recht op afbeelding van de afgebeelde persoon impliceert dat het portret in kwestie aan de volgende twee voorwaarden beantwoordt: • de persoon moet te identificeren zijn, dat wil zeggen herkenbaar zijn (waardoor dus is uitgesloten dat men zijn recht op afbeelding kan laten gelden indien men ruggelings op de foto staat, of van een zeer grote afstand of midden in een menigte is gefotografeerd, omdat men dan niet herkenbaar is); • de afbeelding moet duurzaam zijn en meegedeeld kunnen worden, dat wil zeggen door anderen kunnen worden waargenomen. Een (herkenbare) afbeelding van een persoon op Internet doet afbreuk aan het recht op afbeelding en mag dus niet gebeuren zonder toestemming van de afgebeelde persoon
Wat indien het gefotografeerde voorwerp eigendom is van een derde (een museum, openbare instelling, privé-eigendom enz.)? Er kan sprake zijn van een “opeenhoping” van verschillende rechten op een zelfde voorwerp: zo kan het voorwerp waarvan men een afbeelding wenst te reproduceren auteursrechtelijk beschermd zijn ten voordele van de maker ervan, het voorwerp vormen van een “recht op afbeelding” ten voordele van de afgebeelde persoon (indien het bij voorbeeld gaat om een schilderij of een beeld dat een persoon voorstelt), en eveneens eigendom zijn van een derde persoon (bij voorbeeld het museum dat het werk heeft gekocht). Daar de eerste twee soorten rechten reeds zijn besproken, zullen we ons hier concentreren op de vraag of de toestemming van de eigenaar moet worden verkregen om de afbeelding van een voorwerp te mogen reproduceren.
Elk voorwerp dat een creatie omvat (een schilderij, een beeldhouwwerk enz.), kan in principe net als elk ander voorwerp in de handel worden aangeschaft.
Degene die een voorwerp verwerft dat een auteursrechtelijk beschermd werk omvat, verwerft daarmee echter nog niet de auteursrechten op het voorwerp in kwestie. Zo bepaalt artikel 3, § 1, derde lid, AW dat de verwerving van “het voorwerp dat het werk omvat, [niet leidt] tot het recht om het werk te exploiteren”. Dat houdt dus concreet in dat een eigenaar van een “materieel” werk niet het recht heeft om het zonder toestemming van de auteur op welke wijze ook te reproduceren.
Omgekeerd geldt dat niet de eigenaar van het materiële voorwerp, maar de auteursrechthebbende beslist over de exploitatie (en dus de reproductie) van het werk: de rechthebbende kan dus zonder toestemming van de eigenaar of tegen zijn mening in, beslissen om het werk te reproduceren (bij voorbeeld het te laten fotograferen om het op een internetlocatie te reproduceren). De eigenaar van een materieel voorwerp kan het (indien het een “werk van beeldende kunst” is, zoals een schilderij, een beeldhouwwerk enz.) daarentegen in principe wel vrijelijk tentoonstellen zonder toestemming van de auteur te hoeven vragen.
Artikel 9 AW bepaalt immers dat “tenzij anders is overeengekomen, [...] bij de overdracht van een werk van beeldende kunst aan de verkrijger het recht [wordt] overgedragen het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of de faam van de auteur; de andere auteursrechten worden echter niet overgedragen”.
Het werk bevindt zich in een voor het publiek toegankelijke ruimte (een tuin zichtbaar vanaf de straat, een park, een station enz.): in dit geval is de kwestie omstreden.
Sommigen betogen dat het recht op eigendom van een bepaalde (roerende of onroerende) zaak de eigenaar het recht verleent zich tegen elke reproductie van een afbeelding van dat voorwerp te verzetten. Anderen, die in de meerderheid lijken te zijn, zijn van mening dat het recht op eigendom op zich niet voldoende is om zich te kunnen verzetten tegen reproductie van een afbeelding van de zaak die zonder toestemming van de eigenaar toegankelijk is: om zich tegen reproductie van een afbeelding van zijn goed te kunnen verzetten, moet de eigenaar bovendien kunnen aantonen dat er afbreuk wordt gedaan aan zijn recht op privacy (wat het geval kan zijn indien het werk zich bij voorbeeld in zijn eigen tuin bevindt).
Samengevat is de situatie dus als volgt:
• Ofwel bevindt het voorwerp dat men wil reproduceren zich op een plaats die vrij toegankelijk is voor het publiek (een park, een straat, een plein enz.): de auteurs zijn voor het grootste deel van mening dat de eigenaar van die ruimten en/of van het voorwerp zich niet kan verzetten tegen reproductie van een afbeelding van het voorwerp in kwestie door een willekeurige derde.
Rusten er auteursrechten op de foto zelf?
Wanneer eenmaal is vastgesteld of hetgeen gefotografeerd is voorwerp uitmaakt van een recht ten voordele van een derde en of er toestemming van deze derde moet worden verkregen om het voorwerp te mogen fotograferen, moet nog worden nagegaan of de foto die men wenst te reproduceren (door die foto, meer in het bijzonder, in een online databank op te nemen) op zich auteursrechtelijk beschermd is.
LEV
OP-opdracht auteursrechten
1. Vraag van Sabine Melckebeke
a) Als ik een foto maak van het Belfort, kan ik deze foto in mijn cursus van NT2 opnemen?Wat met een foto van
b) - een koe?
c) - een persoon op straat?
d) - een schilderij van Wim Delvoye dat op een openbare plaats hangt?
2. Antwoord
Om antwoorden te formuleren op deze vragen, verwijzen we eerst naar de Europese richtlijnen en de Belgische wetgeving inzake auteursrechten, o.a. de auteurswet van 30 juni 1994 (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf). De wet op de auteursrechten is van toepassing op werken die aan twee vereisten voldoen. Het werk moet origineel zijn en uitgedrukt zijn in een concrete vorm. Een werk dat hieraan voldoet is automatisch auteursrechtelijk beschermd tot 70 jaar na het overlijden van de auteur. Dit betekent dat de bescherming niet afhankelijk is van formaliteiten en dat je dus geen specifieke stappen moet ondernemen om het te laten beschermen.
Voor het onderwijs zijn er uitzonderingen; reproductie voor didactisch gebruik mag onder bepaalde voorwaarden. (http://www.klassement/bis/auteursrechten/, http://www.polfed-fedpol.be/crim/crim_fccu_auteur_nl.phpen http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf ). Reproductie mag wanneer het gaat om een reproductie "te goeder trouw" als illustratie voor didactische doeleinden die geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk.
Voor foto's is het belangrijk om te weten dat deze uit twee dimensies bestaan: de foto zelf en de inhoud of het gefotografeerde voorwerp. Niet alleen de foto kan auteursrechtelijk beschermd zijn, ook de inhoud kan dat zijn. Voor deelvragen b, c en d gaan we ervan uit dat het ook hier gaat om foto's die u, Sabine Melckebeke, zelf maakt. In een dergelijk geval van zelfgemaakte foto's, moeten we kijken naar de tweede dimensie: rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp? (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf)
a) Bij een weergave van een gebouw moet je nagaan of het gebouw auteursrechtelijk beschermd is. Het auteursrecht is beperkt in tijd en geldt tot 70 jaar na het overlijden van de ontwerper van het gebouw. Normaal gezien moet je toestemming vragen aan de ontwerper van het gebouw, maar aangezien deze al meer dan 70 jaar overleden is, behoort het tot het "openbaar domein" en mag je zonder probleem een zelfgemaakte foto van dat werk publiceren. Bovendien is het ook niet meer nodig om de naam van de auteur te vermelden. Een zelfgemaakte foto van het Belfort mag je dus opnemen in een cursus NT2.
b) Een zelfgemaakte foto van een koe mag je gebruiken in een cursus omdat het gaat om een natuurlandschappelijk element. Bij een element in de natuur, waar geen creatieve ingreep van de mens aan te pas gekomen is, is er geen sprake van auteursrecht.
c) Bij een zelfgenomen foto van een persoon op straat is het van belang of de persoon al dan niet herkenbaar op de foto staat. De gelaatstrekken van een persoon zijn immers niet auteursrechtelijk beschermd, maar elke persoon beschikt wel over een "recht op afbeelding". Dit betekent dat een persoon het recht heeft zich ertegen te verzetten dat zijn gelaatstrekken zonder zijn toestemming worden afgebeeld. De geportretteerde persoon kan beroep doen op dit recht als de foto voldoet aan twee voorwaarden: de persoon moet herkenbaar zijn en de afbeelding moet door anderen kunnen waargenomen worden. Concreet betekent dit dus dat je een foto van een persoon die niet herkenbaar op een foto staat (bijvoorbeeld als de persoon ruggelings op de foto staat), zonder problemen kan opnemen in de cursus. Als de persoon er wel herkenbaar op staat, moet je eerst toestemming vragen aan de geportretteerde persoon.
d) Wil je een foto van een schilderij van Wim Delvoye dat op een openbare plaats hangt opnemen in een cursus, dan moet je rekening houden met meerdere aspecten. Het gaat om een reproductie "te goeder trouw" als illustratie voor didactische doeleinden die geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk. Er gelden wel auteursrechten op de inhoud van de foto aangezien de schilder een hedendaags Vlaams kunstenaar is, en dus is de vermelding van zijn naam noodzakelijk. Bovendien betaalt de school hiervoor een vergoeding aan REPROBEL.
Opmerking: Wanneer het werk zich bevindt in een voor het publiek toegankelijke ruimte, zoals hier het geval is, is de kwestie wel omstreden. De meerderheid lijkt van mening te zijn dat het recht op eigendom op zich niet voldoende is om zich te kunnen verzetten tegen reproductie van een afbeelding van de zaak die zonder toestemming van de eigenaar toegankelijk is: om zich tegen reproductie van een afbeelding van zijn goed te kunnen verzetten, moet de eigenaar bovendien kunnen aantonen dat er afbreuk wordt gedaan aan zijn recht op privacy. (http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf)
3. Gebruikte informatie (internet)
3.1 Informatie over auteursrechten
http://www.klascement.net/bis/auteursrechten/
De wet op de auteursrechten
Elk werk geniet auteursrechtelijke bescherming. Twee essentiële vereisten:
- Het werk moet uitgedrukt zijn in een concrete vorm. Dus geen ideeën, principes, methodes, theorieën;
- Het werk moet origineel zijn. Maar niet noodzakelijk artistiek, omvangrijk, nieuw.
Auteursrechtelijke bescherming ontstaat automatisch, copyrightvermelding is dus overbodig. Deze bescherming berust in eerste instantie uitsluitend bij de auteur. Ze eindigt 70 jaar na het overlijden van de auteur.Uitzonderingen voor het onderwijs
Wat mag:
- Een gehele of gedeeltelijke kopie naar een andere drager dan papier of een soortgelijke drager mag bv. scan, digitale kopie, download.
- Een “kort fragment” van boeken ( geen hoofdstuk, max. 5 pagina’s ), partituren en andere werken.
- Volledig tijdschriftartikel of werk van beeldende kunst (foto, ets …) opnemen in cursus.
De scholen betalen hier een vergoeding voor aan REPROBEL.Als een kopij van een leermiddel als gevolg heeft dat er geen leermiddelen worden aangekocht dan is dit in strijd met het auteursrecht.
Belangrijk: een kopie van papier naar een digitale drager mag, een kopie van een digitale drager naar papier mag niet. Dus je mag bv. een tekst of een foto van Internet niet afdrukken.
Dit mag enkel onder volgende voorwaarden:
- Het wordt gebruikt ter illustratie bij onderwijs.
- Er is geen winstoogmerk en de kopie is verantwoord in het licht daarvan.
- Het gebruik doet geen afbreuk aan de normale exploitatie van het werk.
- Er moet een bronvermelding zijn, tenzij dit onmogelijk is.
Afbeeldingen of foto’sAls je een bestaande afbeelding/foto wilt gebruiken (kopie, gedownload, ingescand …):
Vraag toestemming aan de uitgeverij/fotograaf/ontwerper van deze afbeelding/foto.
Voor bestaande afbeeldingen/foto’s of zelf gemaakte foto’s:
Onderwerp = persoon (personen), vraag toestemming aan deze personen.
Onderwerp = gebouw, schilderij … Vraag toestemming aan de ontwerper. Ga na of het gebouw niet beschermd is. Is de ontwerper al meer dan 70 jaar overleden dan mag je een zelfgemaakte foto zonder probleem publiceren.
Enkele voorbeelden:
Je mag geen eigen gemaakte foto van het Atomium publiceren. De ontwerper is nog geen 70 jaar gestorven.
Je mag geen eigen gemaakte foto van een schilderij van Ensor, Margritte, Delvaux … publiceren. Deze schilders zijn nog geen 70 jaar geleden gestorven.
Je mag wel een eigen gemaakte foto van een schilderij van Rubens, Rembrandt, Van Gogh publiceren. Deze schilders zijn al meer dan 70 jaar gestorven.
Vermeld steeds de bron waar je de afbeelding/foto gehaald hebt.
http://www.polfed-fedpol.be/crim/crim_fccu_auteur_nl.php :
Tekeningen, foto's, muziek, film, enz.
De auteursrechten voor muziek, films, foto's, tekeningen, boeken .....worden in België geregeld door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.
Elk werk dat oorspronkelijk is en in een bepaalde vorm is gegoten, is beschermd door het auteursrecht. Wat betekenen die begrippen : werk, oorspronkelijkheid en vorm?
Het begrip werk wordt heel ruim opgevat en behelst onder meer :
Om beschermd te zijn, moet een werk:
- Oorspronkelijk zijn. Het betekent dat het werk de stempel moet dragen van de persoonlijkheid van de auteur.
- Ook gestalte hebben gekregen in een bijzondere vorm die door de zintuigen kan worden waargenomen. Die voorwaarde vormt geen probleem voor werken die online beschikbaar zijn, aangezien ze noodzakelijkerwijze vooraf in een vorm gegoten moeten zijn en als dusdanig zichtbaar moeten zijn. Deze voorwaarde houdt a contrario in dat het auteursrecht geen bescherming biedt, noch aan ideeën (ook al zijn die geniaal of oorspronkelijk), noch aan methodes of stijlen, ook al zijn die oorspronkelijk (bij het creëren van een website kun je je dus laten inspireren door stijlen die door anderen worden gebruikt op voorwaarde dat je geen enkel oorspronkelijk formeel element kopieert).
In de wet op de auteursrechten zijn zowel strafbepalingen als burgerrechtelijke sancties voorzien. Dit wil zeggen dat inbreuken op die wet aanleiding kunnen geven tot een strafrechtelijke en/of een burgerlijke procedure.Meer weten? Zie Auteurswet van 30 juni 1994 .
3.2
Op volgende site http://www.law.kuleuven.be/cir/publications/auteursrecht-academische-context vonden we volgende informatie:
Wel beschermbaar zijn: foto's, architectuur en beeldhouwwerken
Beschermingsduur auteursrecht: Wanneer een werk origineel, en dus beschermbaar, is dan moet er nagegaan worden of er nog steeds auteursrecht op rust.
Algemene regel: Een werk blijft beschermd tot 70 jaar na de dood van de auteur. De termijnen van bescherming moeten berekend worden vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dit van het overlijden van de auteur.
Opmerking: Men moet er op letten dat men het juiste werk als referentiepunt neemt voor de beoordeling van de beschermingsduur. Zo is het bv. mogelijk dat bij het gebruik van een afbeelding van een schilderij, het auteursrecht op het schilderij vervallen is, maar de foto wel nog beschermd is. Hetzelfde kan gezegd worden een muziekstuk: het stuk op zich is misschien heel oud maar de concrete uitvoering door een ensemble kan nog voor bescherming in aanmerking komen.
Dus de foto's kunnen zowiezo wel beschermd worden; rest de vraag of ze dat ook werkelijk zijn als je ze zelf neemt, door de verschillende objecten waarvan hier sprake.
3.3
Op deze site http://www.belspo.be/belspo/home/publ/pub_ostc/d_auteur/rapp_nl.pdf vonden we volgende informatie:
Het auteursrecht beschermt elk werk dat oorspronkelijk en in een bepaalde vorm is gegoten. In de rechtsleer en de rechtspraak wordt echter over het algemeen erkend dat een werk oorspronkelijk is indien de auteur er zodanig zijn persoonlijkheid in heeft gelegd dat het werk onmiskenbaar de vrucht lijkt te zijn van zijn intellectuele inspanning.
Wil een werk beschermd zijn, dan moet het bovendien in een bepaalde vorm zijn gegoten dat door de zintuigen kan worden gevat (zelfs indien die waarneming het gebruik van een toestel impliceert, zoals het geval is bij een werk dat online toegankelijk is en dus alleen door iemand met een computer en toegang tot het Internet kan worden waargenomen).
Daaruit vloeit voort dat het auteursrecht geen bescherming biedt aan:
• louter ideeën: een idee, hoe “geniaal” of “origineel” ook, kan nooit door het auteursrecht of een ander middel worden toegeëigend;
• methodes of stijlen, zelfs niet indien ze oorspronkelijk zijn: bij het maken van een weblocatie kan men zich dus laten inspireren door de stijl die anderen hebben gebruikt, voorzover er tenminste geen oorspronkelijke vormelementen worden gekopieerd.
Afwezigheid van formaliteiten : de wet op het auteursrecht bepaalt dat de bescherming niet afhankelijk is van formaliteiten. Dat houdt in dat een werk auteursrechtelijke bescherming krijgt zodra het is gecreëerd en dat het niet nodig is daarvoor een formaliteit te vervullen, zoals het deponeren van een exemplaar van het werk bij een administratie (of een collectieve beheersvennootschap zoals SABAM, SOFAM, SACD, SCAM enz.), of de vermelding copyright © aan te brengen.
Reproductie ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek
(artikel 22, § 1, 4bis en 4ter, zoals ingevoerd bij de wet van 31 augustus 1998)
In de wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken is artikel 22, § 1, gewijzigd en wordt, in plaats van de uitzondering van reproductie “voor didactisch gebruik”, een uitzondering van reproductie ingevoerd die impliceert dat de volgende voorwaarden tezamen vervuld moeten zijn:
• Bij reproductie van een artikel of een werk van beeldende kunst moet het gaan om een fragment of het geheel en bij reproductie van een ander werk dat is vastgelegd op een grafische of soortgelijke drager (voorbeeld: een deel van een boek op een papieren drager), of op een andere drager (voorbeeld: een foto op een digitale drager) moet het gaan om een kort fragment. Hiermee worden dus werken bedoeld die aanvankelijk op een elektronische of niet-elektronische drager zijn vastgelegd. Het toepassingsgebied van deze uitzondering is minder beperkt dan dat van de uitzondering van reproductie voor privégebruik.
• De reproductie moet zijn uitgevoerd ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek.
• Er mag worden gereproduceerd voorzover de nagestreefde doelstelling dat ingeeft en geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk.
Het recht op aanhalingen (artikel 21 AW)
Het recht op aanhalingen laat onder bepaalde voorwaarden toe zonder toestemming van de auteur een uittreksel uit zijn werk te reproduceren.
Deze reproductie kan natuurlijk in een op papier uitgegeven werk staan, maar ook op elke andere drager (bij voorbeeld in een werk op een digitale drager).
Men mag een tekst dus citeren. Maar: is dat recht op aanhalingen eveneens van toepassing op een werk van beeldende kunst (een schilderij, een foto, een tekening, de gevel van een gebouw, enz.)? De AW biedt geen antwoord op deze vraag, maar het wordt algemeen erkend dat de Belgische rechtsleer deze vraag positief beantwoordt.
Er dient echter wel aan verschillende voorwaarden tegelijk te zijn voldaan:
• De aanhaling moet afkomstig zijn uit een werk dat “op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt”, dat wil zeggen een werk waarvoor de auteur zijn recht op bekendmaking heeft uitgeoefend. Men mag dus in principe geen uittreksels reproduceren uit een manuscript of een schilderij dat zich nog onvoltooid in de werkruimte van de auteur bevindt. Hoewel een onvoltooid werk auteursrechtelijk beschermd kan zijn indien het oorspronkelijk is, geldt inderdaad ook dat zolang de auteur zijn recht op bekendmaking niet heeft uitgeoefend, zulks inhoudt dat hij van mening is dat zijn werk nog niet voltooid is en het dus nog niet waard is aan het publiek te worden voorgesteld. Daar het werk niet op geoorloofde wijze bij het publiek bekend is, mag het dientengevolge niet worden “aangehaald”. Na het overlijden van de auteur mag het recht op bekendmaking door zijn erfgenamen worden uitgeoefend.
• De aanhaling moet “kort” zijn. In de wet wordt natuurlijk niet gedefinieerd wat onder “kort” verstaan moet worden: het gaat hier om een feitenkwestie die in voorkomend geval door de rechter beoordeeld dient te worden. Voor een tekst staat men over het algemeen toe dat er een vijftiental regels kunnen worden aangehaald (voor een werk van beeldende kunst lijkt het daarentegen moeilijk om te eisen dat er slechts een stuk van wordt gereproduceerd, zodat het dus in principe in zijn geheel kan worden “aangehaald”).
• De aanhaling moet gebeuren “ten behoeve van kritiek, polemiek of onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden”. Dat houdt dus in dat werken mogen worden aangehaald in een uitgave met “wetenschappelijke” of “pedagogische” doeleinden in de ruime zin (waarmee “aanhalingen” van werken van beeldende kunst in het kader van een weblocatie die alleen amusementswaarde heeft of louter commercieel is, zijn uitgesloten).
• Aanhalingen zijn toegestaan “voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt”. De aanhaling moet met andere woorden “te goeder trouw” worden gebezigd.
• Bij de aanhaling moet de bron en de naam van de auteur worden vermeld.
Voorbeelden van werken die door het auteursrecht beschermd kunnen zijn : iedereen weet dat schilderijen, beeldhouwwerken, romans enz. door het auteursrecht beschermd kunnen zijn. Het is nochtans goed om in het achterhoofd te houden dat elke willekeurige (niet louter technische) creatie ook beschermd kan zijn.
De volgende voorbeelden geven een idee daarvan vanuit de invalshoek van wat er op een aan het algemeen erfgoed gewijde internetlocatie kan staan:
Foto’s:
elke foto kan, ongeacht de drager (digitaal of film) en ongeacht het gefotografeerde voorwerp (een schilderij dat deel uitmaakt van het openbaar domein, een beeldhouwwerk in een park, een brug, een persoon enz.) door het auteursrecht beschermd zijn. De enige voorwaarde is dat de foto oorspronkelijk moet zijn, wat in de Belgische rechtspraak gemakkelijk
wordt erkend. Die oorspronkelijkheid kan voortkomen uit keuzes omtrent de invalshoek van waaruit de foto is genomen, de verlichting, de technische parameters (papier, kleuren enz.) en het beeldvak ervan.
Wanneer behoort een werk tot het “openbaar domein”?
In principe behoort een prestatie (afbeelding, foto, tekst enz.) in de volgende twee gevallen tot het openbaar domein:
• ofwel omdat de prestatie niet is beschermd door het auteursrecht: dat is het geval bij afbeeldingen, foto’s, teksten enz. die niet oorspronkelijk zijn, dat wil zeggen dat ze niet het persoonlijk stempel van de auteur dragen;
• ofwel omdat de auteursrechtelijke beschermingstermijn is verstreken.
Duur van de auteursrechten: de auteursrechtelijke bescherming is inderdaad beperkt in de tijd; de algemene regel is dat de auteursrechten blijven bestaan gedurende het hele leven van de auteur en zeventig jaar na zijn overlijden (of na overlijden van de langstlevende auteur in het geval van een in samenwerking tot stand gekomen werk).
De foto’s
Wanneer men een foto wil reproduceren, dient men zich te realiseren dat elke foto uit twee dimensies kan bestaan: enerzijds de foto zelf (die als werk op zich auteursrechtelijk beschermd kan zijn) en anderzijds het gefotografeerde onderwerp/voorwerp (een voorwerp, een persoon, een landschap), waarop eveneens een recht kan rusten waarvoor in voorkomend geval dus toestemming moet worden verkregen van de rechthebbende in kwestie.
Wanneer men een foto wenst te reproduceren, moet men zich dus twee dingen afvragen: Rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp (of onderwerp)? Rusten er rechten op de foto zelf?
Rusten er auteursrechten op het gefotografeerde voorwerp (of onderwerp)?
A. Eerste mogelijkheid: het gefotografeerde voorwerp is een menselijke schepping
Het kan zijn dat de foto een weergave is van een voorwerp: een schilderij, een beeldhouwwerk, een gebouw, een brug, een brief, een fiets enz. Dan dient de vraag te worden gesteld of het voorwerp in kwestie auteursrechtelijk beschermd is, daar het auteursrecht een recht op mededeling aan het publiek en een recht op reproductie met zich meebrengt, wat inhoudt dat het beschermde werk niet zonder instemming van de auteur mag worden gereproduceerd.
Is het gefotografeerde voorwerp auteursrechtelijk beschermd?
Om te weten te komen of het voorwerp in kwestie auteursrechtelijk beschermd is (en dus een “werk van beeldende kunst” is), moet worden nagegaan of aan alle voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming is voldaan: aangezien de voorwaarde dat het werk moet zijn vormgegeven per definitie is vervuld (daar het om een fysiek voorwerp gaat), moet worden nagegaan of het een oorspronkelijk werk betreft. In dat opzicht dient men in het achterhoofd te houden dat de Belgische rechtspraak zeer “laks” is op dat punt en dat een zeer groot aantal menselijke producties dus als “oorspronkelijk” wordt beschouwd en derhalve auteursrechtelijk beschermd zijn.
Dat zal het geval zijn bij “kunst”-werken in traditionele zin die door de mens zijn vervaardigd (schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken enz.).
Belangrijke opmerking: Het feit dat werken van beeldende kunst in een openbare ruimte staan, zoals een trein- of een metrostation, een park of iets dergelijks, betekent nog niet dat zij daarmee hun hoedanigheid van voorwerp dat auteursrechtelijk beschermd kan zijn, verloren hebben. Er moet derhalve altijd voor worden gezorgd dat voor elk willekeurig gebruik voorafgaandelijk toestemming van de rechthebbende wordt verkregen.
Behoort het gefotografeerde voorwerp tot het openbaar domein?
We hebben reeds gezien dat het auteursrecht inderdaad beperkt is in de tijd, daar het gedurende het hele leven van de auteur en tot zeventig jaar na zijn dood geldig blijft. Werken die meer dan zeventig jaar vóór het overlijden van de auteur (of de langstlevende co-auteur) zijn gecreëerd, behoren dus tot het openbaar domein en kunnen vrijelijk gereproduceerd worden.
B. Tweede mogelijkheid: het gefotografeerde voorwerp is een natuurlijke schepping
Op bepaalde foto’s zijn natuurlijke elementen gereproduceerd: natuurlandschappen, tuinen, parken, bomen, bloemen, rotsen enz. Nogmaals: er moet worden nagegaan of het aldus gefotografeerde onderwerp auteursrechtelijk beschermd is en in dat opzicht moet dus een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende mogelijkheden:
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap of een landschappelijk element (een bloem, een boom, rotsen enz.)
Op grond van de algemene beginselen moet het auteursrechtelijk te beschermen voorwerp een oorspronkelijke en creatieve prestatie van een auteur zijn. Welnu, indien het gaat om een natuurlandschap, is er per definitie geen sprake van een creatieve ingreep van de mens en dus ook niet van auteursrecht.
Landschappen of elementen uit natuurlandschappen kunnen derhalve vrijelijk gereproduceerd worden.
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap waarvan de vorm door de mens is gewijzigd
(een tuin, een park, een bloemperk enz.)
In dat geval kan dat park, die tuin enz. auteursrechtelijk beschermd zijn zolang het om oorspronkelijke creaties gaat. De rechthebbende zal dan in principe de tuinarchitect zijn, maar bij voorbeeld niet de tuinier die zich beperkt tot de “technische” uitvoering van de plannen van de architect.
Het gefotografeerde voorwerp is een natuurlandschap waarin een menselijke productie staat
(een landschap met een gebouw, een beeld, een brug enz.)
In dat geval moeten twee mogelijkheden van elkaar onderscheiden worden:
• ofwel is de foto gemaakt met de bedoeling het landschap te reproduceren omdat het werk in kwestie zich daarin bevindt en dat staat gelijk aan de mogelijkheid waarin werken in een openbare (toegankelijke) ruimte staan; zoals we reeds hebben gezien, moet in dat geval toestemming worden verkregen van de auteursrechthebbende;
• ofwel is de foto niet gemaakt met de bedoeling het werk te fotograferen, maar is het werk dat zich in het gefotografeerde landschap bevindt toevallig op de foto terechtgekomen.
In dat geval bepaalt de AW in artikel 22, § 1, 2°, dat een kunstenaar de reproductie van zijn werk in een voor het publiek toegankelijke plaats niet kan verbieden wanneer het doel van de reproductie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is.
Indien het gefotografeerde voorwerp auteursrechtelijk beschermd is of een element bevat dat door het auteursrecht is beschermd (maar dat niet onder de uitzondering van een “toevallige reproductie” valt), behoren die elementen dan tot het openbaar domein?
Voor dit punt verwijzen we naar wat hierboven is gesteld (punt 1.1.3).
C. Het gefotografeerde onderwerp is een persoon
Op de foto die op Internet gereproduceerd zal worden, kunnen eveneens de gelaatstrekken van een nog levende of al overleden persoon (of verschillende personen) zijn vastgelegd. Dan moet men te weten komen of het noodzakelijk is toestemming te vragen van de afgebeelde persoon of zijn rechthebbenden.
Bestaan van het “recht op afbeelding”
Het is duidelijk dat, rekening houdend met de definitie van het auteursrechtelijk beschermde voorwerp, de gelaatstrekken van een persoon niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Door de rechtsleer en de rechtspraak in België wordt daarentegen wel algemeen erkend dat elke persoon beschikt over een “recht op afbeelding”, dat hem het recht verleent zich ertegen te verzetten dat zijn gelaatstrekken zonder zijn toestemming worden afgebeeld.
Voorwaarden om zich op het “recht op afbeelding” te beroepen Er wordt algemeen erkend dat het recht op afbeelding van de afgebeelde persoon impliceert dat het portret in kwestie aan de volgende twee voorwaarden beantwoordt:
• de persoon moet te identificeren zijn, dat wil zeggen herkenbaar zijn (waardoor dus is uitgesloten dat men zijn recht op afbeelding kan laten gelden indien men ruggelings op de foto staat, of van een zeer grote afstand of midden in een menigte is gefotografeerd, omdat men dan niet herkenbaar is);
• de afbeelding moet duurzaam zijn en meegedeeld kunnen worden, dat wil zeggen door anderen kunnen worden waargenomen.
Een (herkenbare) afbeelding van een persoon op Internet doet afbreuk aan het recht op afbeelding en mag dus niet gebeuren zonder toestemming van de afgebeelde persoon
Wat indien het gefotografeerde voorwerp eigendom is van een derde (een museum, openbare instelling, privé-eigendom enz.)?
Er kan sprake zijn van een “opeenhoping” van verschillende rechten op een zelfde voorwerp: zo kan het voorwerp waarvan men een afbeelding wenst te reproduceren auteursrechtelijk beschermd zijn ten voordele van de maker ervan, het voorwerp vormen van een “recht op afbeelding” ten voordele van de afgebeelde persoon (indien het bij voorbeeld gaat om een schilderij of een beeld dat een persoon voorstelt), en eveneens eigendom zijn van een derde persoon (bij voorbeeld het museum dat het werk heeft gekocht). Daar de eerste twee soorten rechten reeds zijn besproken, zullen we ons hier concentreren op de vraag of de toestemming van de eigenaar moet worden verkregen om de afbeelding van een voorwerp te mogen reproduceren.
Elk voorwerp dat een creatie omvat (een schilderij, een beeldhouwwerk enz.), kan in principe net als elk ander voorwerp in de handel worden aangeschaft.
Degene die een voorwerp verwerft dat een auteursrechtelijk beschermd werk omvat, verwerft daarmee echter nog niet de auteursrechten op het voorwerp in kwestie. Zo bepaalt artikel 3, § 1, derde lid, AW dat de verwerving van “het voorwerp dat het werk omvat, [niet leidt] tot het recht om het werk te exploiteren”. Dat houdt dus concreet in dat een eigenaar van een “materieel” werk niet het recht heeft om het zonder toestemming van de auteur op welke wijze ook te reproduceren.
Omgekeerd geldt dat niet de eigenaar van het materiële voorwerp, maar de auteursrechthebbende beslist over de exploitatie (en dus de reproductie) van het werk: de rechthebbende kan dus zonder toestemming van de eigenaar of tegen zijn mening in, beslissen om het werk te reproduceren (bij voorbeeld het te laten fotograferen om het op een internetlocatie te reproduceren). De eigenaar van een materieel voorwerp kan het (indien het een “werk van beeldende kunst” is, zoals een schilderij, een beeldhouwwerk enz.) daarentegen in principe wel vrijelijk tentoonstellen zonder toestemming van de auteur te hoeven vragen.
Artikel 9 AW bepaalt immers dat “tenzij anders is overeengekomen, [...] bij de overdracht van een werk van beeldende kunst aan de verkrijger het recht [wordt] overgedragen het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of de faam van de auteur; de andere auteursrechten worden echter niet overgedragen”.
Het werk bevindt zich in een voor het publiek toegankelijke ruimte (een tuin zichtbaar vanaf de straat, een park, een station enz.): in dit geval is de kwestie omstreden.
Sommigen betogen dat het recht op eigendom van een bepaalde (roerende of onroerende) zaak de eigenaar het recht verleent zich tegen elke reproductie van een afbeelding van dat voorwerp te verzetten. Anderen, die in de meerderheid lijken te zijn, zijn van mening dat het recht op eigendom op zich niet voldoende is om zich te kunnen verzetten tegen reproductie van een afbeelding van de zaak die zonder toestemming van de eigenaar toegankelijk is: om zich tegen reproductie van een afbeelding van zijn goed te kunnen verzetten, moet de eigenaar bovendien kunnen aantonen dat er afbreuk wordt gedaan aan zijn recht op privacy (wat het geval kan zijn indien het werk zich bij voorbeeld in zijn eigen tuin bevindt).
Samengevat is de situatie dus als volgt:
• Ofwel bevindt het voorwerp dat men wil reproduceren zich op een plaats die vrij toegankelijk is voor het publiek (een park, een straat, een plein enz.): de auteurs zijn voor het grootste deel van mening dat de eigenaar van die ruimten en/of van het voorwerp zich niet kan verzetten tegen reproductie van een afbeelding van het voorwerp in kwestie door een willekeurige derde.
Rusten er auteursrechten op de foto zelf?
Wanneer eenmaal is vastgesteld of hetgeen gefotografeerd is voorwerp uitmaakt van een recht ten voordele van een derde en of er toestemming van deze derde moet worden verkregen om het voorwerp te mogen fotograferen, moet nog worden nagegaan of de foto die men wenst te reproduceren (door die foto, meer in het bijzonder, in een online databank op te nemen) op zich auteursrechtelijk beschermd is.
4. Links
4.1 Geconsulteerde links
http://www.klascement.net/bis/auteursrechten/
http://www.polfed-fedpol.be/crim/crim_fccu_auteur_nl.php
http://www.law.kuleuven.be/cir/publications/auteursrecht-academische-context
4.2 Nuttige links
Belgisch Staatsblad: http://www.staatsblad.be
Europese wetgeving: http://europa.eu.int/eur-lex
World Trade Organisation (WTO): http://www.WTO.org
Observatorium van de UNESCO (thema public domain): http://www.unesco.org/webworld/observatory/themes/public-domain/index.html
Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO): http://www.wipo.int
http://www.sofam.be
http://www.reprobel.be
http://www.copypix.be/nl/01.html
Auteurswet van 30 juni 1994